Vertelsels

Een vreemdeling

Ik ben in het stadspark en zit naar de weerspiegeling van de wolken in het gerimpelde water van de vijver te kijken. Op het bankje naast me zit een vrouw met haar jonge zoontje. Ze wijst met gestrekte arm naar de vogels die langzaam over het water drijven, en ze vertelt haar jongen dat dit eendjes zijn. ‘Eendjes,’ herhaalt hij. ‘Eendjes,’ roept hij nogmaals, dit keer schaterend. Zijn moeder geeft hem een zoen op het voorhoofd en strijkt door zijn dunne blonde haren. Terwijl ik vanuit mijn ooghoeken naar haar kijk, vraag ik me af of zij ook weet dat de wereld gebukt gaat onder een ongekende, nog niet eerder in de geschiedenis vertoonde tirannie; en of ze zich, net als ik, afvraagt of haar kind nog wel een menswaardige toekomst heeft.

Het komt wel vaker voor dat ik me bij het zien van een vreemdeling afvraag of die persoon weet wat ik weet, ziet wat ik zie, en denkt wat ik denk. Waarschijnlijk is dit zelden het geval maar toch ontmoet ik soms een geestverwant, en dat is altijd een bevrijdende ervaring omdat er dan een echt gesprek gevoerd kan worden, waarin de onverbloemde waarheid kan worden gezegd.

Of deze vrouw zo’n geestverwant is, zal ik nooit weten. Ze is alweer vertrokken met haar zoontje. Ik sta ook maar op en begin in de richting van mijn huis te wandelen, me afvragend waarom ik niet de moed had om haar aan te spreken.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.