Reflecties

De zondeval

Ik heb het derde hoofdstuk van Genesis, over de zondeval van de mens, herlezen. Nadat Adam en Eva de vruchten van de verboden boom hebben gegeten, worden ze uit de Tuin van Eden verbannen. In hen is voor altijd iets veranderd. Zij beschikken voortaan over kennis van goed en kwaad en staan daardoor dichter bij God – maar de prijs die zij voor die verworven kennis moeten betalen, is een leven vol pijn en ontbering. Zij moeten het land gaan bewerken om zichzelf te voeden; en ze zullen hun eigen kleding moeten maken om zich tegen de kou te beschermen. In de loop der tijd zullen hun nakomelingen een keur aan gereedschappen gaan uitvinden; en ze zullen huizen gaan bouwen, en daarna ook machines.

Door hard te werken kunnen de mensen het leed – dat op onze planeet altijd aanwezig is – enigszins naar de achtergrond schuiven. En soms slaagt men er zelfs in het immer nabije aardse leed tijdelijk uit het bewustzijn te verwijderen. Op die momenten droomt de mens dat hij in veiligheid en comfort leeft; en hij verbeeldt zich dat zijn hart wederom met vrede gevuld is, zoals destijds in het aards paradijs. Tijdens die episodes van onbewust‑zijn merkt hij niet op dat hij in een illusie leeft, en hij realiseert zich ook niet dat in die illusie een kiem van waanzin besloten ligt. Die waanzin is in mijn tijdsgewricht, in de eenentwintigste eeuw, ontkiemd – of ontketend – en is zich als onkruid over de wereld aan het verspreiden.

“Sinds het begin van de zeventiger jaren van de twintigste eeuw hebben zich in de westerse samenlevingen vreemde veranderingen voltrokken. Terwijl het echte leven alsmaar ingewikkelder en overweldigender werd, begonnen de mensen zich allengs terug te trekken in een simpelere versie van de wereld, in een overzichtelijk fictief verhaal dat via de massamedia werd verspreid. Alle bewoners van de samenleving – burgers, geestelijken, ambtenaren en politici – verhuisden gewillig van de realiteit naar de nieuwe namaakwereld omdat de eenvoud ervan zo geruststellend was. Zelfs degenen die geloofden dat ze het systeem aanvielen – de radicalen en de kunstenaars van de tegencultuur – werden onderdeel van het bedrog omdat ook zij zich hadden teruggetrokken in de waanwereld. En terwijl het collectieve westerse bewustzijn zich alsmaar verder verplaatste naar de dromen die op de beeldschermen werden getoond, naar de gefabriceerde illusies, konden kwaadaardige krachten buiten bereik van de waarneming tot wasdom komen.” — Adam Curtis (Inleiding HyperNormalisation, vrije vertaling door Joost van de Goor).

Deze krachten, die momenteel het leven op deze planeet besturen, en die de Grote Omwenteling in gang hebben gezet, zijn niet alleen oppermachtig, ze zijn ook compleet waanzinnig. Het zijn perverse technocraten die geloven dat ze omnipotente goden zijn. Deze nieuwe heersers zijn bezig de wereld om te bouwen tot een machine. In hun dromen zien ze zichzelf als operators van een enorm dashboard met vele glimmende knoppen waarmee ze alle aardse activiteit tot in het kleinste detail kunnen inregelen. En wij, de mensen van vlees en bloed, zijn in hun visie de radertjes in de machinerie. Onze gedachten, gevoelens, verlangens – maar vooral onze consumptieve gedragingen – zijn in de ogen van deze waanzinnigen niet meer dan datapakketjes in hun grandioos wereldomspannend besturingssysteem.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.