Gebeden

De kunst van het bidden

Ik ben een beginneling. Terwijl ik tot U probeer te bidden, voel ik me als een jong kind op zijn eerste zwemles. Ik vind het fijn en spannend maar ik kom nog niet verder dan een beetje spartelen in ondiep water. Gemotiveerd ben ik wel. Zoals ik als kind goed wilde leren zwemmen, zo wil ik me nu, als man van vierenzestig, de kunst van het bidden eigen maken. Dat zal wel een poos duren, verwacht ik, want ik weet nog niet eens wat bidden eigenlijk is.

Soms denk ik dat een gebed een vorm van poëzie is, waarbij naast de inhoud ook de klank en het ritme van de woorden belangrijk zijn. Ik heb me wel eens afgevraagd of de beroemde monoloog van Hamlet – ‘To be, or not to be…’ – een gebed mag worden genoemd. En wat te denken van de laatste alinea van het verhaal The Dead van James Joyce, met die prachtige beschrijving van de sneeuw die neerdwarrelt op alle levenden en alle doden? Zulke naar binnen gekeerde teksten uit de wereldliteratuur komen vaak als gebeden op me over. Ik zou willen dat ik zo mooi kon bidden.

Tot nu toe heb ik vooral gekeuveld, beste God. Terloops heb ik een paar voorbij komende gedachten met U gedeeld, zonder werkelijk acht te slaan op de schoonheid van mijn gebed. Spontaan en onbekommerd heb ik verteld wat in me op kwam – althans, dat hoop ik, want nu vraag ik me plotseling af: was het eigenlijk wel zo onbekommerd en spontaan?

Ik schrik van mezelf. Nu ik erbij stilsta, realiseer ik me opeens dat ik misschien – onbewust en onbedoeld – iets voor U heb achtergehouden of U een misvormde waarheid heb verteld. En ik ben nota bene nog maar net begonnen! Wij mensen zijn zo gewend dingen te verzwijgen dat we het zelf meestal niet eens opmerken. Het is een instinct, een natuurlijke neiging tot zelfbescherming. Als we in gesprek zijn met een ander, zijn we altijd voorzichtig – zelfs met een goede bekende, zelfs met een geliefde. We beoordelen onze woorden voordat we ze zeggen, en we verbergen bepaalde gedachten voor de persoon die naar ons luistert, omdat we een zo gunstig mogelijk beeld van onszelf willen creëren.

Dat doen we als we met een ander mens praten, en ook als we over onszelf nadenken; maar tevens, zo vrees ik, als we met U in gesprek gaan, God. Een mens die beweert dat hij altijd eerlijk is, en die werkelijk gelooft dat hij uitsluitend de waarheid spreekt, is zich vermoedelijk niet bewust van zijn aangeboren geneigdheid om de meest donkere regionen van zijn geest verborgen te houden.

Nu pas begint het tot me door te dringen wat bidden werkelijk is. De kunst van het bidden is de kunst van het eerlijk zijn. Als ik niet eerlijk tegen U ben, is mijn gebed een zinloos rollenspel waarmee ik vooral mijzelf bedrieg. Ik wil diep in mijn eigen hart kijken, zonder angst voor wat ik daar zou kunnen aantreffen, zonder schaamte ook – en ik wil tijdens het bidden de volle waarheid spreken, tegen U en tegen mijzelf. Daar ga ik me voor inspannen, mijn God – dat is mijn belofte aan U.

Hieruit volgt dat ik op mijn hoede moet zijn als ik al te gretig toegeef aan de verleiding om mijn gebed mooi en poëtisch te maken. Als ik dat toch doe, zal ik mezelf de vraag moeten stellen of dat fraaie taalgebruik misschien bedoeld is om een onaangename waarheid te camoufleren. Dat hoeft niet zo te zijn maar het zou kunnen, en daar wil ik voor waken. In gesprek met U, God, onderzoek ik mijzelf. Ik hoop dat het een gewoonte wordt om elke keer als ik ga bidden eerst een zoekende blik in de diepte van mijn hart te werpen, en dan in alle oprechtheid tegen U te vertellen wat ik daar heb gevonden. Door mezelf te kennen, leer ik U kennen, begrijp ik nu; en door U te kennen, leer ik mezelf kennen. Die wonderlijke wisselwerking, dat is bidden, dat is praten met God.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.