Nederland

Waarom?

Geplaatst op

Waarom doen we wat we doen? Waarom kopen we vandaag dit ene huis en niet het vorige, dat we gisteren bezichtigd hebben? Waarom zijn we getrouwd met deze persoon en niet met die andere, die ook heel lief was? Ik durf te beweren dat we het antwoord meestal niet kennen.

Volgens mij worden veel van onze daden bepaald door een ingewikkeld, onzichtbaar netwerk van oorzaken, motieven en beweegredenen — een ondergronds web van instincten en veelal onbewuste driften. We overzien dat netwerk nauwelijks. Meestal zoeken we achteraf naar een simpele, voor iedereen navolgbare reden voor wat we zojuist gedaan hebben en negeren we alles wat we niet begrijpen omdat we nu eenmaal van duidelijkheid houden.

Waarom wil ik Nederland verlaten om in een ander land te gaan wonen? Als ik eerlijk ben: ik weet het niet. Ik kan er heel flauw aan toevoegen: waarom zou ik eigenlijk niet gaan? En dat is best een goed antwoord. Waarom niet? Ik zou waarschijnlijk niet weggaan als ik in Nederland een fijne baan had, of een dierbare geliefde. Vermoedelijk zou ik ook niet vertrekken als ik aan mijn huis gehecht was. En als ik deel uitmaakte van een hechte gemeenschap van mensen, met wie ik een toekomstvisie deelde, zou ik graag bij hen in de buurt blijven. Maar dat is allemaal niet zo. Ik ben bijna 63, ik ga met pensioen, ik ben alleen, heb mijn huis verkocht en kan overal wonen. En ik heb oprecht zin in die toekomst. Dat is het simpele en eigenlijk ook het meest veelzeggende antwoord.


Wil je updates in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Huis of Thuis

De snuffelende overheid

Geplaatst op

Zojuist heb ik mijn afvalcontainer buiten op het trottoir gezet, wetend dat er straks een team van ambtenaren in de straat zou kunnen verschijnen om te controleren of ik mijn afval goed heb gescheiden. Ze komen niet elke week maar je weet nooit of onze wijk weer eens aan de beurt is. Het is dus mogelijk dat er vandaag weer enkele mannen in uniform langskomen, mijn bak openen en in mijn afval gaan snuffelen.

Toen ik dit voor het eerst zag gebeuren, en nadat ik van de eerste verbijstering was bekomen, legde ik onmiddellijk een verband met de Stasi in de voormalige DDR. En ik was niet alleen. Later hoorde ik dat enkele buurtgenoten onafhankelijk van elkaar hetzelfde woord in de mond namen. ‘Stasipraktijken,’ vond men. Ik weet niet of de verantwoordelijke wethouder ooit aan deze overeenkomst heeft gedacht, of dat hij teveel door zijn carrièreplan in beslag werd genomen.

Momenteel bereid ik me voor op mijn vertrek uit Nederland en ik denk af en toe na over mijn beweegredenen. Waarom ga ik dit land verlaten? Natuurlijk niet alleen omdat de overheid mijn afval besnuffelt. Dat is slechts een symptoom van de grotere ontwikkeling die zich in de eenentwintigste eeuw aan het voltrekken is. Nederland is volgens mij ernstig ziek. Ooit was dit een van de meest vrije plekken op aarde, nu wordt dit land langzaam gewurgd door een verstikkend stelsel van regels, procedures, protocollen, geboden en taboes (en laten we de tirannie van de deugdzaamheid niet vergeten, maar daarover later in een ander stukje meer). In een van mijn boeken schreef ik: ‘We leven in het systeem dat voorheen de samenleving heette.’ Treffender heb ik het nog nergens gelezen, als ik zo onbescheiden mag zijn.

Ik hoor de lezer denken: ‘Maar is het in andere landen dan zoveel beter?’ Nee vermoedelijk niet, geef ik grif toe, hoewel gezegd moet worden dat de ontmenselijking niet overal even snel en efficiënt verloopt. Nederland is ongetwijfeld een van de koplopers — maar inderdaad, de nieuwe technocratie is zich over de hele westerse wereld aan het verspreiden. Ik besef dat het moeilijk zal zijn om ergens in het huidige Europa nog een enclave van vrijheid en waardigheid te vinden maar ik vind dat ik aan mezelf verplicht ben om op zoek te gaan, zelfs als dit betekent dat ik de rest van mijn leven zal moeten blijven zoeken.

Straks ga ik mijn geleegde afvalcontainer weer binnenhalen. Dan zal ik wel zien of er een groene, oranje of rode kaart aan de bak is bevestigd en welk oordeel onze heersers en heerseressen over mij vellen. Ik zal er niet warm of koud van worden. Overigens ben ik eigenlijk best een brave burger hoor! Ik heb tot op heden slechts één waarschuwing gehad en nog nooit een boete. Een keer werd ik zelfs op een groene kaart getrakteerd. ‘U hebt goed uw best gedaan,’ stond erop.


Wil je updates in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.