Reflecties

Boosheid

Geplaatst op

De afgelopen maanden hebben onze leiders hun almacht op zo’n intimiderende wijze tentoongesteld, en in onze gezichten gewreven, dat niemand in dit eens zo vrije land het nu nog aandurft om de regels te schenden. Men gehoorzaamt massaal, stel ik met ontzetting vast. Ziehier een van de vruchten die de regering tijdens deze ‘pandemie’ in de schoot is geworpen. Men heeft een vergaande controle over het volk verkregen, en men hoefde daarvoor niet eens geweren en tanks in te zetten. Die macht werd als een cadeautje door het volk zelf aangeboden. Die controle en die macht, en de daaruit voortgekomen waanzin, maken me regelmatig furieus.

Ik moet nu opeens terugdenken aan een artikel dat ik een paar weken geleden las, getiteld ‘The Revolutionary Beethoven‘. (Chris Wright, in Dissent). Daarin werd verteld dat Ludwig tegen het einde van zijn leven nog zelden door zijn vrienden werd uitgenodigd om te komen dineren. Dat was omdat hij op zulke avonden urenlang met luide stem, en een vurige blik in zijn ogen over politiek placht te praten, en daarbij de meest controversiële ideeën ten gehore bracht. Sommige vrienden hadden schoon genoeg van ’s mans woeste tirades; anderen waren oprecht bang dat spionnen van de politie op straat zouden kunnen horen wat er binnenshuis werd geschreeuwd.

Tevens is van Beethoven bekend dat hij zijn derde symfonie aanvankelijk aan Napoleon had opgedragen. Maar toen hij in 1804 hoorde dat de Franse machthebber zich tot keizer had laten kronen, was de componist zo woedend dat hij onmiddellijk het titelblad van het manuscript verscheurde. Het stuk dat de ‘Bonaparte Symfonie’ had moeten heten, kreeg uiteindelijk de titel ‘Eroïca’ toebedeeld.

Ik geloof dat deze componist mijn vriend had kunnen zijn.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Vertelsels

Avondklok

Geplaatst op

De klokslagen van de oude kerktoren waaien als windvlagen over de daken en dringen zonder enige moeite zijn huis binnen. Nadat de negende slag is uitgestorven, keert de stilte terug in de stad. Hij hoort ook geen geruis van langsrijdende auto’s, en geen keuvelende voetgangers. Het is doodstil. De avondklok is ingegaan. Vanaf dit ogenblik mogen de burgers van het land hun huizen niet meer verlaten. Tot morgenochtend half vijf moeten ze binnen blijven, zo heeft De Staat bevolen. Ze zijn allemaal opgesloten. Een heel volk is door zijn leiders achter slot en grendel gezet.

Hij ligt languit in bad. Uit het warme water stijgt de zoetige geur van lavendelolie op. Eigenlijk had hij nu naar mooie Russische koormuziek willen luisteren – de Vespers van Rachmaninov, had hij zich voorgenomen – maar hij heeft zijn draagbare luidspreker in de woonkamer laten staan. Dus luistert hij naar de stilte, en denkt hij aan God. Hij vraagt zachtjes, vanuit zijn ondermaanse dal, of God hem wilt horen. In hem woekert een donkere woede, een furie die is gericht op de criminelen die de wereldbevolking tot slaven willen maken. Op sommige momenten kan hij de gedachte aan deze misdaad niet meer verdragen. Dan wil hij op zoek gaan naar een lichter oord waarin hij zich kan terugtrekken, en waar hij in vrede kan ademen. Met heel zijn hart verlangt hij naar bevrijding uit zijn duisternis.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Gebeden

Bless The Lord, O My Soul

Geplaatst op

Dit is een voorbeeld van een gebed dat op muziek is gezet, waarbij de muziek in zichzelf ook een gebed is, zelfs als je de gezongen woorden niet verstaat. Het is een van de Vespers van Sergej Rachmaninov in een prachtige uitvoering, met de Engelse vertaling als ondertiteling.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Reflecties

Een nieuwe wereld

Geplaatst op

Toen ik twee dagen geleden afscheid nam van het oude jaar, vreesde ik dat ik ook vaarwel zei tegen de oude wereld waar ik uit voortkom, waarin ik ben opgegroeid — de wereld die mijn thuis was. Ik heb het over de vervlogen tijden van voor de crisis, toen nog niemand enig besef had van de Grote Omwenteling die aanstaande was.

Toen ik als jonge man door het leven ging – in de jaren zeventig en tachtig – was ik me er weliswaar van bewust dat ik in een tijd van grote veranderingen leefde, maar ik zag niet waar al die veranderingen in zouden gaan uitmonden. Niemand zag dat. We geloofden allemaal in gestage vooruitgang en in een goede toekomst. Terwijl onze welvaart groeide, meenden we dat ons welbevinden daarmee gelijke tred zou houden, dat onze levens op alle gebieden beter en mooier zouden worden. Bovendien waaide de geest van vrijheid destijds nog door het land. Die geest was soms sterk en soms zwak, maar hij was altijd aanwezig – en juist daarom realiseerden we ons niet dat hij bestond, en dat hij ooit kon verdwijnen. De vrijheid was een zachte bries die je alleen bewust opmerkte als je een goed oog had voor de eigenheid van de westerse cultuur, en als je daarbij ten volle besefte dat je in een uniek en vrij tijdperk leefde. Dat dit bloeiende tijdperk binnen enkele decennia ten einde kon lopen – niet door een oorlog maar door een vernietigend inwendig rottingsproces in de gehele samenleving – dat hielden we niet voor mogelijk.

Laat ik nog wat verder terug in de tijd gaan. Waar liggen eigenlijk de bronnen van de Grote Omwenteling die ons nu naar een compleet nieuwe wereld voert? Welke ontwikkelingen in de verre geschiedenis vormden de kiemcellen? Veel mensen zouden hierop antwoorden dat het allemaal is begonnen met de industriële revolutie. Anderen zouden de Franse revolutie noemen, sommigen wellicht de Amerikaanse burgeroorlog, en een enkeling de eerste publicatie van Das Kapital. Elke opvatting bezit haar eigen segment van de waarheid, want de tijd is een vloeiende stroom waarin elk voorval duizenden oorzaken heeft en niets helemaal op zichzelf staat. Maar ik denk dat de historische gebeurtenissen die ik zojuist noemde weliswaar voorbodes waren, maar geen onfeilbare voorspellers. Destijds, in de achttiende en negentiende eeuw had de geschiedenis nog een andere wending kunnen nemen. De echte onveranderbaarheid van de loop der dingen was pas na de eerste wereldoorlog een feit. In de roaring twenties waren de ontwikkelingen al zo massaal, en zo mondiaal dat ze niet meer te stoppen waren. En nu, honderd jaar later is de Grote Omwenteling, die zich lange tijd aan ons zicht heeft onttrokken, plotseling aan de oppervlakte gekomen. De teerling is geworpen. Een nieuwe technocratische, door systemen aangestuurde, tot in het kleinste detail gereguleerde globalistische wereldorde – waarin onze menselijke waardigheid als een echo in een leeg theater zal uitsterven – staat op het punt van beginnen.

Ik kijk nog een keer over mijn schouder. Ik denk terug aan mijn eigen verleden, waarvoor ik dankbaar ben, en ik denk aan de lange rijke geschiedenis van de westerse beschaving. Beide verhalen zijn met elkaar verweven en niet van elkaar te scheiden. Veel persoonlijke en culturele herinneringen zal ik meenemen naar de toekomst. Ik zal ze blijven koesteren. Terwijl de wereld om me heen verschraalt en verarmt, en terwijl de samenleving haar vrijheid verliest, zal ik me naar binnen keren.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Vertelsels

Storm

Geplaatst op

De voor vandaag voorspelde harde wind was al begonnen toen ik vanochtend om vijf over acht wakker werd. Ik lag op mijn rug, hield mijn ogen dicht en luisterde naar de aanzwellende en weer afnemende ruisgolven die mijn huis binnenkwamen. De massiviteit van de klank van de wind maakte indruk op me.

Nu, een half uur later, zit ik beneden in mijn ochtendjas, met een espresso bij het raam, en ik kijk naar de heen en weer zwiepende boomtakken. Alles wat bewegen kan, beweegt. De korte struikjes in mijn voortuin staan nerveus te trillen. Een oude krant verplaatst zich al dansend over de natte straatstenen, op de voet gevolgd door tientallen herfstbladeren.

Terwijl ik kleine slokjes koffie neem, gaan er gedachten over de schoonheid door mijn hoofd. De wuivende bomen zijn mooi; het ochtendlicht op de rimpelende plassen is ook mooi; zelfs het sombere wolkendek vind ik mooi. Overal is schoonheid, bedenk ik. Ik ben blij dat ik dit kan denken. Het lucht me op dat ik nog altijd in staat ben me door de wereld te laten verwonderen en verblijden. Een gevoel van dankbaarheid komt in me omhoog.

Dan zie ik opeens de weerspiegeling van een van mijn schemerlampen in het venster; en ik word me bewust van het glas dat mij van de buitenwereld afscheidt. Als ik mijn arm strek kan ik het koele oppervlak met mijn vingertoppen aanraken. Daarachter woedt de decemberwind – hierbinnen is het behaaglijk warm.

Ik stel me voor dat dit raam een enorm beeldscherm is. Vlak achter de glasplaat bevinden zich alleen maar draden, microchips en andere elektronische componenten. Er is geen storm – er is zelfs geen straat met wiegende bomen en opgejaagde kranten. De scène die ik voor me zie – de natte trottoirtegels, de grauwe hemel – is een hoogwaardig videobeeld, een simulatie die via het internet in mijn huis wordt afgeleverd, en waar ik deze ochtend in mijn badjas naar zit te kijken.

Na mijn tweede kop koffie sta ik op uit mijn stoel om me te gaan aankleden. Als ik in de hal ben, doe ik de voordeur even open omdat ik de buitenlucht wil voelen. Frisse regendruppels landen op mijn gezicht. Mijn haar waait omhoog. Voordat ik me omdraai om naar boven te gaan kijk ik nog even naar de onrustige lege straat. In het huis aan de overkant is wat beweging te zien. De overbuurman heeft de televisie aangezet en zit nu op de bank. Het schijnsel van het beeldscherm doet hem, en de muur achter hem, blauw oplichten. Wellicht kijkt hij naar beelden van de storm. Waarschijnlijk zijn er ergens in het land enkele bomen omgevallen. En misschien heeft iemand een dakpan op zijn hoofd gekregen. Ik duw de deur zachtjes dicht en ga de trap op.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Gebeden

Terugkeer van het leven

Geplaatst op

Ik bid dat de angst eens uit de harten van de mensen zal verdwijnen, dat de mensen in de toekomst moed zullen verzamelen om zichzelf te hervinden, dat ze ooit gaan begrijpen dat het perverse spel van de macht zomaar kan stoppen en dat het echte leven kan terugkeren. Ik bid dat de waanzin in het niets zal oplossen, en dat het land weer leiders krijgt die het volk willen dienen. Dat bid ik…


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Vertelsels

Eerste Kerstdag

Geplaatst op

Zojuist ben ik thuisgekomen van een fietstocht door de bossen. Onderweg ben ik gestopt bij een kleine Mariakapel die al tachtig jaar aan de rand van een bosweg staat, verscholen tussen hoge naaldbomen, en waar ik al vaak langs ben gereden. Nadat ik mijn fiets tegen de muur had gezet, en nog even naar de woorden op de witte voorgevel had gekeken – ‘Ave Maria,’ stond er in sierlijke zwarte letters – ging ik door de open rondboogingang naar binnen.

Hoewel de binnenruimte klein was – kleiner dan mijn woonkamer – had ik toch het gevoel dat ik in een echte kerk stond. Het middenpad werd aan weerszijden geflankeerd door twee houten bankjes met elk twee zitplaatsen. Aan de linkermuur hing een kruisbeeld, aan de andere een lijst met namen van gevallenen tijdens de tweede wereldoorlog. Drie meter verderop, aan het einde van het pad stond een ijzeren tafel met zeker veertig kaarsvlammen in rode doorzichtige bakjes — en nadat ik was gaan zitten, viel mijn oog op de eenvoudige kerststal die achter de kaarsen tegen de muur was opgesteld en die door twee zwakke spotjes vanaf het plafond werd verlicht. Terwijl ik daar in stilte zat, en mijn ogen niet van de hypnotiserende dans van de rode vlammen kon afhouden, vroeg ik me af of ik in staat was om te bidden, en hoe mijn gebed dan zou luiden.

Op dat ogenblik kwamen in mijn geest de hoofdrolspelers van het werelddrama als een optocht van marionetten voorbij. Allereerst zag ik ministers en presidenten, gekleed in purperen jassen, met elk een gouden scepter in hun rechterhand. Ze werden op de voet gevolgd door een lange rij burgers – mannen, vrouwen en kinderen – in streepjespyjama’s en met witte lapjes textiel voor hun mond en neus. Vervolgens marcheerde een groep politieagenten aan me voorbij, en daarna een lange stoet dokters en verpleegsters in kraakwitte jassen en diepzwarte laarzen. De optocht werd afgesloten door een klein clubje journalisten die ijverig in microfoons aan het spreken waren. Door het ritmische gestamp van al die voetstappen heen hoorde ik enkele losse woorden, en flarden van zinnen, die zacht en golvend, bijna melodisch door mijn hoofd zweefden. ‘Bevelen…, gehoorzamen…, we moeten allemaal meedoen…, volhouden…, hou elkaar in de gaten…, geef elkaar aan…, pas op…, blijf thuis…, samen in isolement…, samen eenzaam.’

Toen deze beelden en geluiden een moment later in ijle lucht waren opgelost, was ik weer terug in de kleine kapel. De gipsen beeldjes van de kerststal stonden elkaar nog altijd roerloos aan te kijken. Mijn oog viel nu ook op een donkerrode rozenkrans die in de hoek aan de muur hing, met daarnaast een klein schilderij dat de Heilige Maagd voorstelde. ‘Tweeduizend jaar geleden zag zij haar zoon aan het kruis een gruwelijke dood sterven,’ dacht ik. ‘In haar ogen moet de wereld ook gitzwart zijn geweest.’ Het drong tot me door dat Maria toen geen weet had van de betekenis die het verhaal van Jezus – waar ze zelf deel van uitmaakte – voor miljoenen mensen door de eeuwen heen zou gaan krijgen. Ze moest deze verschrikkingen ondergaan in de beperktheid van haar eigen plekje in ruimte en tijd, zonder het grotere verband te kunnen zien. ‘Ooit, in de verre toekomst…,’ fluisterde ik tegen mezelf, ‘…zullen onze nakomelingen ook een zinvolle betekenis geven aan deze afschuwelijke eenentwintigste eeuw. Althans…, dat hoop ik.’

Ik stond op om terug naar mijn fiets te lopen. Vlak voor de uitgang bleef ik even stilstaan bij een houten katheder met daarop een geopend schrift waarin bezoekers een gedachte of een wens konden opschrijven. Ik las een zin van een meisje dat haar opa miste, en daaronder – in een hoekig handschrift – een man die aan God vroeg of hij nog eens een lieve vrouw mocht ontmoeten. Terwijl ik terug bladerde en allerlei vragen en verzuchtingen las, werd ik me bewust van de stilte in de kapel, en van de stilte in het bos. Het was alsof ik voor een kort ogenblik op een plaats buiten de aardse wervelingen terecht was gekomen. Zonder lang na te denken pakte ik de pen die met een touwtje aan de lessenaar hing; ik bladerde naar een nieuwe lege bladzijde, en ik schreef:

Beste Maria, ik bid dat de angst eens uit de harten van de mensen zal verdwijnen, dat de mensen in de toekomst moed zullen verzamelen om zichzelf te hervinden, dat ze ooit gaan begrijpen dat het perverse spel van de macht zomaar kan stoppen en dat het echte leven kan terugkeren. Ik bid dat de waanzin in het niets zal oplossen, en dat het land weer leiders krijgt die het volk willen dienen.

In een bezonken stemming fietste ik terug naar huis. Ik keek om me heen, naar de bomen en de struiken, en ik was blij dat ik de kapel had bezocht. Deze kerstdag verliep kalm, rimpelloos, contemplatief. Zo meteen zou ik een lekker glas whisky inschenken en in mijn stoel gaan zitten, besloot ik terwijl ik de stad naderbij zag komen.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.