Reflecties

Wat is vrijheid?

Geplaatst op

Een tijdje geleden zag ik A Man Called Peter, een film over het leven van de predikant Peter Marshall, zoals verteld door zijn weduwe Catherine in haar gelijknamige boek. In die film wordt iets moois over vrijheid gezegd. In een van zijn laatste preken voor de Amerikaanse senaat bidt Peter tot God – en hij declameert in zijn krachtige Schotse accent:

‘Teach us that freedom may be seen, not as the right to do as we please, but as the opportunity to do what is right.’

Volgens hem gaat het bij vrijheid dus niet om het recht te doen wat we willen, maar om de kans om het goede te doen. Dat is een gedachte die enige reflectie behoeft.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Reflecties

Alle Menschen werden Brüder

Geplaatst op

In mijn hoofd verschijnen bepaalde beelden die ik meer dan dertig jaar geleden op televisie zag. Op een donderdagavond in november, in 1989, werden de poorten van de Berlijnse muur geopend – tot verrassing van de hele wereld – en dat ogenblik markeerde het einde van de DDR en van de andere onderdrukkende regimes van Oost‑Europa. Ik herinner me dat ik destijds urenlang ademloos naar het scherm heb zitten kijken, niet in staat de grootsheid van dat historische moment volledig te bevatten, niet in staat mijn tranen te bedwingen.

Ik open mijn laptop. Binnen een halve minuut heb ik de videobeelden van toen teruggevonden. Ik kijk opnieuw naar die tienduizenden mensen die samen – als één lichaam – over de grens naar het westen schuifelen. Ze glimlachen, schaterlachen, of huilen van blijdschap. Ik kijk naar de gezichten – steeds nieuwe gezichten komen tevoorschijn. Het zijn vooral jonge mensen, valt me op. Ze hebben heel hun leven in een dictatuur gewoond en wandelen nu voor het eerst naar die andere wereld: het westen.

Dan krijg ik een gedachte die ik nog niet eerder heb gehad, en die me verbaast. Destijds nam iedereen aan, ook ik, dat de Oost‑Duitsers gedurende die nacht naar een vrijer leven wandelden – maar nu ik deze beelden bezie, wetend in wat voor dystopie we ons inmiddels bevinden, kijk ik daar met andere ogen naar. Zeker, in bepaalde opzichten waren de westerse landen in 1989 vrijer dan die van het Oostblok, dat is evident – maar die vrijheid was grotendeels ook een illusie, een leugen zelfs. Terugkijkend realiseer ik me dat onze ‘vrije’ wereld toen al onzichtbaar zwanger was van de dictatuur waar we nu in totale zichtbaarheid onder gebukt gaan. En misschien is onze huidige onderdrukking nog verschrikkelijker dan die van destijds. Misschien is onze vrijheid vandaag nog nietiger, en zijn onze overheersers nog boosaardiger dan toen in de DDR.

Ik wil nog een ander videofragment uit 1989 zien. Slechts een paar weken na de val van de muur vond in Berlijn een bijzonder concert plaats. De negende symfonie van Beethoven werd, onder leiding van Leonard Bernstein, uitgevoerd door Duitse zangers en musici uit oost en west. Bernstein had zich voor deze gelegenheid gepermitteerd om het woord ‘Freude’ – uit het door Beethoven gebruikte gedicht ‘Ode an die Freude’ van Schiller – te vervangen door ‘Freiheit’. Ik ga op zoek; en al snel vind ik de passage waarin het koor die beroemde woorden zingt: ‘Alle Menschen werden Brüder’. Op het moment dat de zingende kinderen in beeld komen – ‘Alle Menschen werden Brüder’ – barst ik in hevig snikken uit. Een minuut later spoel ik de video met waterige ogen terug omdat ik dit fragment nog een keer wil zien en horen. Het is alsof ik de hele westerse cultuur ten onder zie gaan, begeleid door deze onthutsende muziek. Wat een drama is zich in de wereld aan het voltrekken. Wat een ramp is er aan het gebeuren.

Freiheit, schöner Götterfunken,
Tochter aus Elysium,
Wir betreten feuertrunken,
Himmlische, dein Heiligtum!
Deine Zauber binden wieder,
Was die Mode streng geteilt;
Alle Menschen werden Brüder,
Wo dein sanfter Flügel weilt.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Reflecties

Metamorfosen

Geplaatst op

De blaadjes aan de bomen, die in het voorjaar nog fris van tint zijn, nemen in de nazomer een diepgroene kleur aan en laten zich een paar maanden later als okergele en roodbruine vlokken op de grond vallen, om zich vervolgens, terwijl de winterse kou over het land trekt, gewillig met de zwarte aarde te verenigen.

En zo is ook het verhaal van de mens die het ene moment nog blij in de wieg ligt te kirren en een paar luttele ogenblikken later, met grijze haren op het hoofd, op een bankje in het park zit uit te rusten, turend naar de spelende kinderen op het jonge gras – om nog diezelfde nacht, terwijl het buiten muisstil is, de vermoeide ogen voor de allerlaatste keer te sluiten.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Gebeden

De schepping

Geplaatst op

Hallo God,

Het is zondagochtend. Er hangt een weldadige rust in mijn huis en ik ben weer eens verzonken in mijn gedachten. De afgelopen uren heb ik het boek Genesis meerdere keren doorgelezen, allereerst enkele Nederlandse versies en daarna de eeuwenoude maar nog altijd prachtige King James bijbelvertaling. In het eerste hoofdstuk, het verhaal waarin wordt beschreven hoe de wereld begon, speelt U een glorieuze hoofdrol, beste God. Toen de nog maar net door U geschapen aarde nog vormloos, leeg en donker was, zweefde Uw geest al over de wateren. Ik ben er zeker van dat U op dat ogenblik al wist hoe schitterend uw schepping er op de zevende dag uit zou zien.

U stroopte uw mouwen op en ging meteen aan het werk. Allereerst schiep U het licht; en door dat licht van de duisternis te scheiden, kwamen dag en nacht tevoorschijn. En de eerste dag markeerde het begin van de tijd. Daarna voegde U elke volgende dag weer meer wonderbaarlijkheden aan het universum toe. Allereerst werd het hemelgewelf gevormd. Daarna heeft U land en zee van elkaar gescheiden, en rivieren geschapen. Op het land begon gras te groeien, en zaadvormende planten, en vruchtdragende bomen – en alles wat leefde, bracht nieuw leven voort. En U zag dat het goed was.

Toen de volgende dag was aangebroken, wendde U Uw blik weer naar boven. Voor de nog donkere hemelkoepel creëerde U twee heldere lichtbronnen: een sterke voor overdag en een zwakkere voor de nachtelijke uren. U schiep ook duizenden minuscule lichtpuntjes en verspreidde die over het firmament. Vanaf dat ogenblik was er boven de aarde een overvloed aan licht dat nooit meer zou doven.

Weer een etmaal later besloot U dat de zee en de lucht vol leven moesten zijn. En zie, daar waren de vissen en de vogels, klaar en gewillig om zich te vermeerderen, zoals ook de kruipende en rondlopende dieren op het land – die daarna door U werden geschapen – hun eigen nageslacht zouden gaan voortbrengen. En U zag dat het goed was. De aarde was bijna klaar. Maar er ontbrak nog iets…

Op de zesde dag van die bewuste week schiep U de mens naar Uw eigen evenbeeld. De mens verscheen, zoals de dieren, in twee geslachten – man en vrouw – en beiden kregen van U de opdracht zich te vermenigvuldigen en te heersen over alles wat leefde. U deed een stapje terug en aanschouwde de schepping. Het was goed zo, concludeerde U. Derhalve kon U op de zevende dag van Uw welverdiende rust genieten.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Vertelsels

Een vreemdeling

Geplaatst op

Ik ben in het stadspark en zit naar de weerspiegeling van de wolken in het gerimpelde water van de vijver te kijken. Op het bankje naast me zit een vrouw met haar jonge zoontje. Ze wijst met gestrekte arm naar de vogels die langzaam over het water drijven, en ze vertelt haar jongen dat dit eendjes zijn. ‘Eendjes,’ herhaalt hij. ‘Eendjes,’ roept hij nogmaals, dit keer schaterend. Zijn moeder geeft hem een zoen op het voorhoofd en strijkt door zijn dunne blonde haren. Terwijl ik vanuit mijn ooghoeken naar haar kijk, vraag ik me af of zij ook weet dat de wereld gebukt gaat onder een ongekende, nog niet eerder in de geschiedenis vertoonde tirannie; en of ze zich, net als ik, afvraagt of haar kind nog wel een menswaardige toekomst heeft.

Het komt wel vaker voor dat ik me bij het zien van een vreemdeling afvraag of die persoon weet wat ik weet, ziet wat ik zie, en denkt wat ik denk. Waarschijnlijk is dit zelden het geval maar toch ontmoet ik soms een geestverwant, en dat is altijd een bevrijdende ervaring omdat er dan een echt gesprek gevoerd kan worden, waarin de onverbloemde waarheid kan worden gezegd.

Of deze vrouw zo’n geestverwant is, zal ik nooit weten. Ze is alweer vertrokken met haar zoontje. Ik sta ook maar op en begin in de richting van mijn huis te wandelen, me afvragend waarom ik niet de moed had om haar aan te spreken.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Vertelsels

Quarantaine

Geplaatst op

Tijdens een wandeling door de stad blijf ik een ogenblik stilstaan bij een groot appartementengebouw. Het is een modern wooncomplex voor zorgbehoevende bejaarden. Voor deze oude mensen is dit de laatste woonplek in hun aardse leven. Velen hebben al afscheid genomen van hun geliefde man of vrouw en zitten nu in hun eentje hun resterende dagen te slijten. Ik laat mijn blik langs de gevel gaan en zie de oudjes achter hun ramen zitten. Ze turen onafgebroken in de verte. Op de derde etage zit een vrouw naar mij te zwaaien. Ik zwaai terug en probeer te glimlachen, wetend dat dit vandaag een van haar weinige momenten van menselijk contact is. Haar kinderen mogen niet op bezoek komen, haar kleinkinderen evenmin. Dit is niet haar eigen keuze maar het beleid van de zorginstelling. Bezoekers worden eenvoudigweg niet toegelaten – daarover is geen discussie mogelijk.

Na nog een paar stappen te hebben gezet, kom ik bij de hoofdingang. Ik gluur door de glazen deur naar binnen en zie een groot bord aan de muur met een bericht voor de bewoners:

Het is verboden naar buiten te gaan.
Anders zijn wij verplicht u 15 dagen in quarantaine te plaatsen op uw kamer.
De Directie.

Onlangs las ik een artikel in het plaatselijke krantje waaruit bleek dat men de daad bij het woord had gevoegd. Een man van achtenzeventig was toch stiekem weg geslopen om naar de verjaardag van zijn kleinzoon te gaan. Bij thuiskomst werd hij bij de deur door twee verplegers in plastic pakken opgevangen. Vijf minuten later werd hij in zijn kamer opgesloten. Toen ik dat verhaal las, moest ik denken aan het beroemde boek Inferno van Dante Alighieri waarin hij zijn lezers vertelt over een bord dat boven de poort van de hel hangt, met het opschrift: ‘Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt.’


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Gebeden

De kunst van het bidden

Geplaatst op

Ik ben een beginneling. Terwijl ik tot U probeer te bidden, voel ik me als een jong kind op zijn eerste zwemles. Ik vind het fijn en spannend maar ik kom nog niet verder dan een beetje spartelen in ondiep water. Gemotiveerd ben ik wel. Zoals ik als kind goed wilde leren zwemmen, zo wil ik me nu, als man van vierenzestig, de kunst van het bidden eigen maken. Dat zal wel een poos duren, verwacht ik, want ik weet nog niet eens wat bidden eigenlijk is.

Soms denk ik dat een gebed een vorm van poëzie is, waarbij naast de inhoud ook de klank en het ritme van de woorden belangrijk zijn. Ik heb me wel eens afgevraagd of de beroemde monoloog van Hamlet – ‘To be, or not to be…’ – een gebed mag worden genoemd. En wat te denken van de laatste alinea van het verhaal The Dead van James Joyce, met die prachtige beschrijving van de sneeuw die neerdwarrelt op alle levenden en alle doden? Zulke naar binnen gekeerde teksten uit de wereldliteratuur komen vaak als gebeden op me over. Ik zou willen dat ik zo mooi kon bidden.

Tot nu toe heb ik vooral gekeuveld, beste God. Terloops heb ik een paar voorbij komende gedachten met U gedeeld, zonder werkelijk acht te slaan op de schoonheid van mijn gebed. Spontaan en onbekommerd heb ik verteld wat in me op kwam – althans, dat hoop ik, want nu vraag ik me plotseling af: was het eigenlijk wel zo onbekommerd en spontaan?

Ik schrik van mezelf. Nu ik erbij stilsta, realiseer ik me opeens dat ik misschien – onbewust en onbedoeld – iets voor U heb achtergehouden of U een misvormde waarheid heb verteld. En ik ben nota bene nog maar net begonnen! Wij mensen zijn zo gewend dingen te verzwijgen dat we het zelf meestal niet eens opmerken. Het is een instinct, een natuurlijke neiging tot zelfbescherming. Als we in gesprek zijn met een ander, zijn we altijd voorzichtig – zelfs met een goede bekende, zelfs met een geliefde. We beoordelen onze woorden voordat we ze zeggen, en we verbergen bepaalde gedachten voor de persoon die naar ons luistert, omdat we een zo gunstig mogelijk beeld van onszelf willen creëren.

Dat doen we als we met een ander mens praten, en ook als we over onszelf nadenken; maar tevens, zo vrees ik, als we met U in gesprek gaan, God. Een mens die beweert dat hij altijd eerlijk is, en die werkelijk gelooft dat hij uitsluitend de waarheid spreekt, is zich vermoedelijk niet bewust van zijn aangeboren geneigdheid om de meest donkere regionen van zijn geest verborgen te houden.

Nu pas begint het tot me door te dringen wat bidden werkelijk is. De kunst van het bidden is de kunst van het eerlijk zijn. Als ik niet eerlijk tegen U ben, is mijn gebed een zinloos rollenspel waarmee ik vooral mijzelf bedrieg. Ik wil diep in mijn eigen hart kijken, zonder angst voor wat ik daar zou kunnen aantreffen, zonder schaamte ook – en ik wil tijdens het bidden de volle waarheid spreken, tegen U en tegen mijzelf. Daar ga ik me voor inspannen, mijn God – dat is mijn belofte aan U.

Hieruit volgt dat ik op mijn hoede moet zijn als ik al te gretig toegeef aan de verleiding om mijn gebed mooi en poëtisch te maken. Als ik dat toch doe, zal ik mezelf de vraag moeten stellen of dat fraaie taalgebruik misschien bedoeld is om een onaangename waarheid te camoufleren. Dat hoeft niet zo te zijn maar het zou kunnen, en daar wil ik voor waken. In gesprek met U, God, onderzoek ik mijzelf. Ik hoop dat het een gewoonte wordt om elke keer als ik ga bidden eerst een zoekende blik in de diepte van mijn hart te werpen, en dan in alle oprechtheid tegen U te vertellen wat ik daar heb gevonden. Door mezelf te kennen, leer ik U kennen, begrijp ik nu; en door U te kennen, leer ik mezelf kennen. Die wonderlijke wisselwerking, dat is bidden, dat is praten met God.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Reflecties

Melancholie en verbeelding

Geplaatst op

Ik was nog maar een jongen van twaalf toen ik voor het eerst met mijn ouders in Italië was en elke avond vanaf mijn balkon zag hoe het mediterrane licht, dat de hele dag zo overvloedig aanwezig was geweest, ‘s avonds alsmaar ijler werd, en droeviger, om uiteindelijk achter de bergen in het niets te verdwijnen. Ik was me er toen al van bewust dat het uur van de nachtval twee gezichten had. Enerzijds riep het afscheid van het licht een zekere melancholie op – maar tegelijkertijd bracht de schemering me in een stemming waarin ik wilde dromen van diepe mysteriën en hoge idealen.

Het een kan niet zonder het ander, geloof ik – de melancholie en de verbeelding horen bij elkaar, zeker tijdens het wijken van het daglicht en het vallen van de avond.


Ga naar: toelichting en inhoudsopgave.