Vertelsels

Landschap met betekenis

Geplaatst op

Zittend in mijn lekker verwarmde auto, rijdend door het Gelderse landschap, zag ik door het glas dat het weer erg onstuimig en wispelturig was. Het ene moment reed ik door een sneeuwbui, een kwartier later scheen de zon weer. Nadat ik op een zeker ogenblik een klein dorp achter me had gelaten, bevond ik me opeens in een uitgestrekt, zonovergoten landschap van weiden, bomen, boerderijen. De weidsheid overrompelde me. Links, rechts, voor en achter…, in elke richting kon ik in de verte kijken. In deze enorme ruimte was elke gedachte die in mijn geest kon verschijnen, klein en onbetekenend.

Deze omgeving, die al zo ongelooflijk mooi was, werd even later nog mooier. Ik nam een bocht en zag een groene vlakte voor me, met hier en daar een rijtje berkenbomen. Het hele landschap werd op toverachtige wijze door de zon scherp uitgelicht. Het tafereel was zowel verfijnd als verbluffend. Achter al dat moois — laag boven de horizon — hing een donkergrijze, kolossale en onheilspellende lucht. Ik zou over vijf minuten weer een hevige sneeuwbui binnenrijden, wist ik, maar de weg daarheen was als een decor voor een sprookje. De bomen en de grasvelden leken zelf licht uit te stralen en waren hyperaanwezig. Er was zo veel schoonheid te zien dat ik er duizelig van werd. Het was magnifiek.

Later, toen ik thuis was vroeg ik me af of in die ervaring een symboliek besloten lag. Ik reed door een fantastisch fraai landschap in de richting van een nare, vervelende sneeuwbui. En het eerste kon niet bestaan zonder het tweede, en omgekeerd. Alleen door die dreigende grijze lucht in de verte kon alles wat me nabij was zo schitterend zijn. Ja, dat ogenblik in dat Gelderse landschap was verzadigd met betekenis.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Overdenkingen

Geen bewijs

Geplaatst op

Uit de film A Man Called Peter, een preek van Peter Marshall. Hierin legt hij uit wat het essentiële verschil is tussen bewijs en ervaring. Hij past dit onderscheid toe op schoonheid, op liefde, en op God.


‘There are men and women in the world today…, who say that God orders their lives…, guides them in making decisions…, provides for their needs, answers their prayers…, in ways which are often strange and unexpected. That is the testimony of my own experience…, and there are many here who could make the same statement. But if you yourself have not had that experience in your life…, don’t be too quick to jump to the conclusion that we who say these things are daft, mad.

In that mood…, many of us approach spiritual things. We come, like Thomas, not doubting…, but dogmatically refusing to believe unless we see…, as if we could pour God into a test tube…, as if intangibles had to become tangible in order to prove that they were intangible. There are certain things that must be approached in faith – things that are matters of perception…, not of proof.

Beauty is one of them. How can you prove that anything is beautiful? Could you demonstrate to me by logic or reason or by intellect…, that the Fifth Symphony or the “Moonlight Sonata” were sheer beauty? Can you prove by any method of intellect…, why a sunset is beautiful? Describe to me scientifically…, the haunting, wistful fragrance…, of a bunch of violets.

Yet you come here professing the faith…, which for more than 19 centuries…, has borne witness to spiritual realities…, and you ask if one can prove that God exists! You ask me to prove it. How could my tiny mind prove God? What kind of a god could my little mind prove? You might as well ask the bird to prove the air in which it flies…, or the minnow to prove the sea in which it swims. Let me ask you to prove that you exist. I’d be interested in hearing you try.

There are mysteries all around us – stirring, wonderful, inexplicable. Take, for example, the strange phenomenon of falling in love. Have you ever asked the question…, “How will I know when I fall in love?” I have. I’ve asked it of blondes and brunettes…, of redheads and of bald heads – of people everywhere. And the strange thing is, I’ve always received the same answer, namely…, “Don’t worry, brother. You’ll know.”

Love, like beauty…, like the haunting, wistful fragrance of violets…, is a matter of perception and experience, not of proof. The great things by which we really live…, are not proven by logic…, but by life. And as that is true of love and beauty…, so it is true of finding God…, and learning how close he stands to us.’


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Gebeden

De profundis

Geplaatst op

Ik vind inspiratie in de tekst van psalm 130. De mens roept God aan, smekend vanuit de diepte. Hij, de mens, vraagt God om aandacht, om een luisterend oor, en om genade.

De profundis clamavi ad te, Domine; Domine exaudi vocem meam. Fiant aures tuae intendentes in vocem deprecationis meae.

Uit de diepte roep ik tot u, Heer; Heer, hoor mijn stem, wees aandachtig, luister naar mijn roep om genade.

Zodra ik deze tekst lees, zie ik een levendig beeld voor me. Een mens staat op een vlakte, kijkt omhoog en strekt zijn armen naar de hemel. Hij is zich bewust van de afstand tussen hem en God, en hij is zich ook bewust van zijn afhankelijkheid en zijn nietigheid. Deze persoon, zoals ik me hem voorstel, kent het leven. Hij kent ook de mensen in al hun feilbaarheid. Juist daarom roept hij God aan vanuit zijn aardse diepte.

In deze gedachten vind ik inspiratie.

Er zijn veel mooie muziekstukken op deze tekst geschreven, o.a. door Josquin des Prez en Arvo Pärt. Deze muzikale gebeden grijpen op de ene of andere manier terug op de bron: het Gregoriaanse gezang: De profundis.

De Profundis

Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.

Overdenkingen

Goed en kwaad

Geplaatst op

In het christelijk denken ligt de bron van ons morele bewustzijn buiten onszelf. God de vader is de oorsprong van het goede. Hij is enkel goedheid. Het kwaad ligt buiten Hem en wordt gepersonifieerd door de duivel, die ook wel Satan wordt genoemd. Er is een kosmische strijd tussen goed en kwaad gaande, een strijd om de ziel van de mens. Christenen proberen hun ziel te redden door niet aan de verleidingen van Satan toe te geven maar volledig naar de normen van God te leven. Ze willen het goede doen en daarbij is Jezus Christus, de zoon van God, hun voorbeeld. Wat goed is, is niet aan ons om te bepalen. We moeten ons geweten volledig verbinden, of zelfs laten samenvallen met de wil van God. Dan doen we vanzelf het goede.

De oosterse religies kijken hier anders naar, is mijn indruk. Ik heb het idee dat zij goed en kwaad als menselijke categorieën zien, en ook als twee kanten van dezelfde medaille. En die medaille heet ‘het menselijk leven’. In dat leven vormen goed en kwaad gezamenlijk een polariteit; het een kan niet bestaan zonder het ander. Als ik die filosofieën goed heb begrepen, is dit hoe de aanhangers van het hindoeïsme, het boeddhisme, en ook het taoïsme doorgaans denken. Ik zie dit bijvoorbeeld weerspiegeld in de hindoeïstische drie-eenheid: Brahma, Vishnu en Shiva. Deze drie goden staan voor schepping, instandhouding en vernietiging, en zij worden gezien als drie verschillende expressies van een en dezelfde ultieme godheid. Ik trek daaruit de conclusie dat men het goede en het kwade heeft verenigd in een goddelijk geheel.

Hoe denk ik hierover? Aan de ene kant heb ik veel sympathie voor de oosterse denkwijze, waarin de polariteit van goed en kwaad wordt overstegen en het volledige spectrum als een geheel wordt beschouwd. In mijn ogen ligt er veel schoonheid in deze benadering, veel wijsheid ook. Maar anderzijds heb ik ontdekt dat ik diepere gevoelens heb bij de christelijke kijk op goed en kwaad. Dat kan ik niet goed uitleggen maar ik voel hierbij een soort ontroering. Ik geloof dat ik me in mijn diepste wezen meer verbonden voel met de westerse zienswijze dan met de oosterse wijsheid. Dit is een verbondenheid waarbij mijn hart meer naar voren komt en mijn verstand een stapje terug doet, en daar heb ik totale vrede mee.

Ik wil hier de komende tijd nog wat meer over nadenken.


Ga naar: inhoudsopgave miniaturen.